Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 6: Westfriezen en hun dorpen » pagina 140

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun dorpen

Na 1950 bedroeg dat nog maar 15%. Het meeste aanzien in een dorp hadden de burgemeester en andere ‘geleerde mannen’ zoals de dokter, de notaris en het hoofd van de school. Dit groepje mannen werd de notabelen genoemd.
De burgemeester was niet iemand die een speciale opleiding had genoten voor dit ambt. Hij werd benoemd uit de meest welgestelde en invloedrijkste mannen van het dorp. In de Westfriese dorpen waren dit vaak grote boeren. Dat gold zeker voor de periode tussen 1850 en 1878, toen het vooral met de veeboeren heel goed ging. Deze rijke boeren lieten boerenhofsteden bouwen. Hun vrouwen kleedden zich kleurrijker en mooier dan voorheen en droegen steeds zwaardere gouden sieraden.
Toen na 1870 in bepaalde Westfriese gebieden, zoals De Streek, de tuinbouw een steeds belangrijkere bron van bestaan werd, werden in plaatsen als Bovenkarspel en Grootebroek de grote boeren uit het gemeentebestuur verdrongen door deze nieuwe stand van bouwers. Tot dan toe belangrijke boerenfamilies, zoals Pool en Schotsman, verloren in deze plaatsen hun invloed.


Ook een kleine gemeenschap als Moerbeek, even ten zuiden van Schagen, had een eigen kruidenier. Omstreeks 1880 vestigde Jan van Twuiver zich in de buurtschap. Op de foto uit 1907 staan de kruidenier en zijn vrouw voor hun winkel; bij de hondenkar staat hun zoon Piet. (C. Modder, Aartswoud)

 

Goede zaken op zondag

Rond 1850 had Jan Appelman een manufacturenzaak gevestigd vlakbij de roomskatholieke kerk in Westwoud.
In die tijd waren de winkels ook op zondag geopend en Jan en zijn vrouw Anna Jacoba Krijger deden dan goede zaken.
De mensen die in Zwaagdijk woonden, moesten 's zondags via een landpad (kerkepad) naar Westwoud naar de kerk. Deze kerkgangers kwamen bij de familie Appelman hun meegebrachte brood opeten. Na de maaltijd deden de vrouwen bij Jan Appelman hun inkopen. Na de middag gingen de meesten weer naar de kerk.

Wonen aan de Helshoek

De activiteiten van de boeren en tuinders waren beeldbepalend voor veel dorpen in West-Friesland. In dorpen als Grootebroek, Obdam, Warmenhuizen en de Langedijk was duidelijk te zien dat het tuindersdorpen waren: een lintbebouwing van waaruit smalle straten naar de kavels liepen. Verder alleen maar sloten waarop met de schuiten werd gevaren om het land te bewerken of de oogst binnen te halen. Dorpen waarin veel meer boeren woonden, hadden een ander patroon. Daar werden de huizen en boerderijen ruimer opgezet omdat de dieren aan huis moesten worden gehouden. Dit gold sterk voor dorpen als Schellinkhout, Twisk en Aartswoud. Nog steeds is deze oude opzet in de dorpen terug te vinden. In Langedijk is het ‘Rijk van de Duizend Eilanden’ een zeer gewilde plaats om te wonen, als deel van het vroegere tuinbouwgebied dat buiten de verkaveling bleef.


Op 30 oktober 1898 reed de eerste tram tussen Schagen en Wognum, een initiatief van de Stoomtramweg Maatschappij West-Friesland. Opmeer was een van de haltes. De trambaan liep dwars over de Breestraat. Speciaal voor de bezoekers aan de landbouwtentoonstelling te Opmeer regelde dokter G.C. van Balen Blanken voor de officiële opening vervoer per tram tussen Wognum en Opmeer. Omdat de spoortrammaatschappij de verantwoordelijkheid niet wenste te dragen, nam Van Balen Blanken die op zich. Ook de kaartverkoop nam hij zelf ter hand. Op 31 januari 1930 reed de laatste tram door Opmeer. (J. Tromp, Opmeer)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.