Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 4: Westfriezen en hun steden » pagina 98

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun steden

Als reden daarvoor werd vaak genoemd de bouwvalligheid van het pand, maar de eigenlijke reden was dat veel eigenaren heffingen op onroerend goed niet meer konden opbrengen. De waarde van de resterende huizen daalde sterk en de kosten om een pand te onderhouden waren vele malen hoger dan de waarde die het vertegenwoordigde.
De Hoornse makelaar Pieter Houttuyn bezat verschillende panden in Enkhuizen. Hij wilde af van zijn huizenbezit in deze stad. In zijn verzoek tot sloop stelde hij dat alle huizen vervallen waren en op afgelegen en dus onverkoopbare plekken in de stad lagen. Bij inspectie bleek dat één van de panden verre van bouwvallig was.

Veel Westfriezen uit westelijk West-Friesland gingen voor hun boodschappen naar Alkmaar. Op de foto de Langestraat, omstreeks 1900. Oorspronkelijk een straat met deftige huizen van rijke patriciërs, nu een van de drukste winkelstraten van Alkmaar. (RAA)

Marinewerf

Medemblik veerde op toen het landsbestuur in 1797 besloot in de stad een marinewerf te vestigen. Met dit besluit werden Hoorn en Enkhuizen gepasseerd, waar afwisselend de Admiraliteit van het Noorderkwartier zetelde, die de gezamenlijke zeevloot beheerde. Aan de Westerhaven werden dienstgebouwen opgetrokken en de Oosterhaven werd afgesloten door een dok. Als oorlogshaven voor de Franse keizer Napoleon was Medemblik in de tijd van de Franse overheersing (van 1795 tot 1813) vol bedrijvigheid. Oorlogsschepen werden er gerepareerd en er werden nieuwe kanonneerboten gebouwd.

In 1902 bezocht prins Hendrik, echtgenoot van koningin Wilhelmina, Hoorn. Ook op de Italiaanse Zeedijk hing de bevolking daarom de vlag uit. Op de achtergrond is nog juist de Hoofdtoren te zien. (ZZM)

Uiteindelijk kostte de marinewerf Medemblik alleen maar geld. De stad was verplicht de havenmond steeds opnieuw uit te baggeren. Bovendien leidde de aanwezigheid van de werf in 1799 tot een Engelse aanval. De magazijnen en werven werden leeggeroofd, een aantal fregatten in brand gestoken. De havenactiviteiten kwamen vrijwel tot stilstand door het in gebruik nemen van het Noordhollands Kanaal in 1824. Hierdoor werd Nieuwediep (Den Helder) als betere plek gezien. Medemblik verloor in 1828 de marinewerf. Het gebouwencomplex werd ingericht voor de opleiding van marineofficieren. In 1884 werd er het Rijkskrankzinnigengesticht gevestigd.
Schagen hoopte dat de aanleg van het Noordhollands Kanaal nieuwe mogelijkheden bood. Als het stadje net als Alkmaar aansluiting op het kanaal kreeg, zou de stadsmarkt dichter bij aan- en afvoerkanalen komen te liggen.



Panorama van Medemblik vanaf de Bonifaciustoren in westelijke richting. Op de foto die aan het begin van deze eeuw werd gemaakt staat de Martinuskerk met de oorspronkelijke toren. Rechts de meelmolen, die in 1948 is afgebroken. In 1990 werd meelmolen De Herder, afkomstig uit de Zaanstreek, op dezelfde plek neergezet. Ook het zogenaamde Poorthuis is toen weer herbouwd en in gebruik genomen als vergaderruimte van de Oudheidkundige Vereniging ‘Medenblick’. Het water achter de molen is in 1930 drooggelegd: de Wieringermeer. (ZZM)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.