Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 4: Westfriezen en hun steden » pagina 91

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun steden

Wanneer het College van Gecommitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier vergaderde in het Statencollege aan de Rode Steen in Hoorn, verbleven de leden in het Statenlogement aan de Nieuwstraat. Toen het oude stadhuis aan het eind van de 18de eeuw werd afgebroken, werd het Statenlogement gepromoveerd tot stadhuis. Schilderij van Cornelis Springer. (WFM)

In 1608 begon Hoorn een anti-riet campagne. Ieder jaar moesten 25 panden in de stad harde dakbedekking krijgen. De burgers van de stad hadden ieder een taak in het brandwezen. De stad was in wijken verdeeld en elke wijk had een eigen brandspuit. Voor de uitvinding van de brandspuit in 1677 waren de bewoners verplicht hun eigen emmers aan te bieden voor het bluswerk. Dat waren leren emmers die in hoog tempo aan elkaar werden doorgegeven om de brand te blussen. Na de komst van de brandspuit werd een brandmeester aangesteld aan wie de burgers moesten gehoorzamen. De uitvinder van de brandspuit, Jan van der Heijden, leverde in 1690 drie grote koperen slangbrandspuiten aan Alkmaar. Schagen had rond 1750 vier brandspuiten. Wanneer er brand uitbrak, moest de bevolking de straat op en ‘Brand!’ roepen. De brandmeester luidde de kerkklok.

Plunderingen en overstromingen

Een ander serieus gevaar voor de stads bevolking waren partij twisten, aanvallen van vijandelijke troepen, die vaak leidden tot plunderingen en verwoestingen. Tussen 1400 en 1500 maakte Alkmaar vijfmaal een groot oproer mee, waavoor de stad in 1426 en 1492 door de graaf zwaar werd gestraft met de afbraak van poorten en stadsmuren. In 1517 werd Medemblik aangevallen door de Gelderse troepen onder leiding van de Friese leider Grote Pier. Vrijwel de hele stad werd geplunderd en in brand gestoken. Medemblik had geen omwalling en was een makkelijke prooi. Veel burgers vonden de dood. Slechts een klein aantal wist zich veilig te stellen binnen de muren van het kasteel, in de dertiende eeuw door graaf Floris V gebouwd. Ook Schagen had te lijden onder de aanvallen door de Gelderse troepen. Hoorn wist de dans te ontspringen. Deze stad had sinds een tiental jaren nieuwe en sterke verdedigingswerken, waar Grote Pier zich liever niet aan waagde. De aanslag van de Geldersen in 1537 op Enkhuizen mislukte. Vijandelijke schepen waren in het zicht van de Enkhuizer haven voor anker gegaan, wachtend op hoog water om de stad bij verrassing in te nemen. Maar het Suud, de traditionele vissers buurt, hoorde en zag alles, ook in het donker. Erik in de Bok vertrouwde de schepen bij het Oosterhoofd niet. ‘Wat hewwe jullie in?’ schreeuwde hij over het water. ‘Mout’, riep een kwartiermeester van een der schepen terug. ‘Veur Jan Groot Albert.’ Maar bierbrouwer Groot wist van niets... Daardoor mislukte de aanval.

Het stadhuis aan de Breedstraat in Enkhuizen werd in 1688 gebouwd toen de bloeitijd van de stad al voorbij was. Ontwerper was de Amsterdamse bouwmeester Steven Vennecool. (AWG)

In streken met veel stilstaand en brak water was de malariamug een ernstige bedreiging. De bevolking van Medemblik ondervond dat lange tijd. Zij ontwikkelde echter gaandeweg weerstand tegen de ziekte. Nieuwkomers misten die weerstand en overleefden in veel gevallen een malaria-aanval niet. Onder de jonge marinekadetten, die vanaf 1829 op de opleidingsbasis in Medemblik gestationeerd waren, vielen ieder jaar slachtoffers. Dit was in 1850 voor de marineleiding de voornaamste reden om het Koninklijk Instituut voor de Marine in Medemblik te sluiten.
Storm met springvloed vormde vooral voor de Zuiderzeesteden een grote bedreiging en leidde herhaaldelijk tot overstromingen. Enkhuizen werd in korte tijd twee keer door een dergelijke ramp getroffen. In 1508 brak de Westfriese dijk op diverse plaatsen door. Met bootjes voer de bevolking door de straten van de stad om het vee in veiligheid te brengen. Zes jaar later, in 1514, was het weer raak. Sluizen hielden het niet, waardoor grote delen van het bolwerk om de stad en een deel van de vesten wegspoelden. Het kolkende water verwoestte meer dan tachtig huizen. Veel bewoners verlieten de stad en zochten hun heil elders.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.