Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 4: Westfriezen en hun steden » pagina 89

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun steden

De Grote Kerk van Hoorn vloog op 3 augustus 1838 in brand omdat een loodgieter een brandende vuurpot in de dakgoot had laten staan. Een uur na de ontdekking van de brand stortte de kerktoren in. De eerste luitenant van de mobiele schutterij maakte een tekenining van deze gebeurtenis. Na de brand werd de kerk herbouwd, maar in 1878 brandde deze opnieuw af, dit keer als gevolg van blikseminslag. Tot 1968 was de kerk in gebruik als godshuis; in de jaren tachtig werden er winkels en woningen van gemaakt. (RANH)

Ontdekten zij brand, dan klepperden zij de burgers van de stad wakker, zodat deze konden helpen blussen.
Sommige beroepen hadden hun eigen gildehuis waar de werkers elkaar ontmoetten. Deze waren in alle steden te vinden, maar zijn intussen verleden tijd. Op één na, want Hoorn beschikt nog over het timmermansgildehuis, verstopt achter woningen op de hoek Veemarkt-Dal en nu het onderkomen van het Westfries Genootschap. Het Hoorns metselaarsgildehuis aan het Achterom is afgebroken in 1957.

Marcus Boerhave, dokter te Schagen

Marcus Cornelisz Dircks werd in Medemblik geboren, maar na zijn studie in Leiden vestigde hij zich als ‘medicinaal doctor’ op de Loet in Schagen. Van moederszijde was hij familie van de bekende Leidse geneeskundige Herman Boerhave. Om profijt van de faam van deze naam te hebben, nam hij de naam Boerhave over.
In 1698, twee jaar na zijn komst, trouwde hij met Annetje Luytjes Barsingerhorn. Zij was afkomstig uit een vooraanstaande familie uit Schagen. Dit alles legde hem geen windeieren want hij bracht het van schepen (wethouder) tot burgemeester van Schagen.

Brand!

Al eerder werd geconstateerd dat water- en landwegen belangrijk waren voor een stad. Waar die wegen samenkwamen, groeide in de loop der tijd een net van wegen, grachten, pleinen en havens. Goederen konden worden aangevoerd, verhandeld en doorgevoerd. Zo ontstonden de Rode Steen in Hoorn en de Dam in Medemblik. Breidde een plaats uit, dan moesten vaak waterwegen worden gedempt en drassige grond opgehoogd. In Hoorn gebeurde dit voor de bouw van de eerste Grote Kerk. In Hoorn en Alkmaar verdwenen de boerderijen het eerst uit de stad. Medemblik, Enkhuizen en Schagen hadden lange tijd ruimte genoeg en daar bleef de stadsboerderij langer bestaan.
De straten in de middeleeuwse steden waren smal, ook de doorgaande wegen. Bij regen veranderden die dan ook binnen de kortste keren in een grote modderpoel.



Sinds 1289 heeft Medemblik stadsrechten en is daarmee de oudste stad van West-Friesland. In de 16de eeuw is de stad tweemaal verwoest door plunderingen en brand. In 1649, toen deze plattegrond werd gedrukt, was Medemblik niet meer de machtige stad die zij ooit was. Enkhuizen en Hoorn waren bijvoorbeeld door de aanwezigheid van de VOC veel belangrijker geworden. De drie havens van Medemblik, gesitueerd ten zuiden van de stad, werden in de eerste helft van de 17de eeuw aangelegd. (Gemeente Medemblik)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.