Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 1: Westfriezen en hun rijke verleden » pagina 24

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun rijke verleden

Fluitschip en Peperhuis

Eveneens in 1595 werd in Hoorn uit verschillende scheepstypen een snelvarend schip ontwikkeld dat weinig bemanning nodig had en economisch zeer rendabel was, het zogenaamde fluitschip.
De op 8 januari 1587 in Hoorn geboren Jan Pieterszoon Coen bracht het bij de Verenigde Oostindische Compagnie tot de hoogste positie: gouverneur-generaal. Het levensgrote bronzen standbeeld werd niet door iedereen gewaardeerd; critici vonden dat het te veel naar één zijde overhelde, wat in strijd zou zijn met het energieke karakter van Coen. Desondanks werd het beeld aan de Rode Steen in Hoorn op 30 mei 1893 feestelijk onthuld. De dag eindigde met een groot vuurwerk in de haven. (AWG)

Voor de doorvaart naar de Oostzeelanden aan de Sont moest tol worden betaald. De grootte van het dek bepaalde het verschuldigde bedrag. Het fluitschip had een smal dek en was om deze reden goedkoper dan buitenlandse schepen. In 1605 paste Hoornaar Pieter Jansz Liorne nog een aantal verbeteringen toe en werd het fluitschip het meest gangbare scheepstype.
Een andere Westfries die in die tijd nationaal faam maakte, was Jan Pietersz Coen. Zijn ouders kwamen uit Twisk. Hij had snel carrière gemaakt bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), opgericht in 1602. De VOC had afdelingen (‘kamers’) in Hoorn en Enkhuizen en bundelde de belangen van handelsondernemingen om het monopolie op de handel in Oost-Indië te krijgen.

De VOC was in de 17e en 18e eeuw een van de belangrijkste peilers van de Hoornse economie. In 1682 werden de bestuurders van de Hoornse ‘kamer’ van de VOC door Johan de Baen geportretteerd. (WFM)

Zijn eerste reis maakte Coen in 1607. Hij behartigde de belangen van de VOC goed, al ging dat vaak ten koste van de plaatselijke bevolking. In 1616 werd hij Gouverneur-Generaal, de hoogste functie die in het VOC-bestuur was te behalen. Drie jaar later stichtte hij Batavia, het huidige Djakarta.
De handel op Oost-Indië leverde grote sommen geld op. Aangevoerde specerijen werden in Hoorn en Enkhuizen in pakhuizen opgeslagen om met forse winst te worden verkocht. De VOC-kooplieden investeerden hun winsten in de drooglegging van grote meren als de Beemster, Schermer en Heerhugowaard. Met de kleinere Wogmeer was al eerder praktijkervaring opgedaan.



Onder leiding van de Alkmaarder Wollebrand Geleynsz de Jongh vertrok in januari 1647 vanuit Batavia een retourvloot van VOC-schepen, waaronder de West-Vriesland en de Enckhuysen. In augustus arriveerde de vloot in Holland. Over de tocht naar Oost-Indië deed men door ongunstiger winden een half jaar langer. (SMA)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.